• Colman's Mustard

    Pin it!

    De Engelsen houden van tradities, ook in hun keuken. En sommige van hun cuilinaire tradities zijn het waard om van gehouden te worden, ook al zijn ze een beetje excentriek, en very very British. En ook al is het een beetje een acquired taste, iets dat je moet leren appreciëren, Colman's Mustard is één van hun toppers, en zo'n potje maakt deel uit van de standaarduitrusting van mijn koelkast.

    Het verhaal van Colman's Mustard begin in 1814 in Stoke Holy Cross, op 4km van Norwich, wanneer Jeremiah Colman zijn mosterdfabriekje opent. In 1855 verhuist de familie de fabriek naar Norwich zelf en introduceert ze de stierenkop die nog steeds op de potjes staat als logo. In 1995 wordt de firma overgenomen door Unilever en vandaag maakt ze veel meer producten dan toen, maar de originele mustard blijft, met een zo goed als ongewijzigd recept, de topper van het gamma. 60% van de mosterdzaadjes wordt lokaal gekweekt door boeren die vaak al vijf generaties leverancier zijn. Voor Colman's wordt een mengeling van witte en bruine mosterdzaadjes gebruikt die in een molen worden omgewerkt tot een soort bloem. Die mengeling, en het feit dat er verder geen verdunningsmiddel als azijn wordt aan toe gevoegd verklaart de typische kick van Colman's waar iedereen zo gek op is.  

    Wat is er zo speciaal aan Colman's. Wel eerst en vooral de kleur: die is werkelijk knalgeel, als het etiket, zo geel dat het bijna onnatuurlijk lijkt. Ten tweede is hij ssstraffff !!!! Wat maakt dat een tipje ervan genoeg is om heel veel smaak te geven, en hij is echt heerlijk bij heel veel eerder eenvoudige gerechten als stoemp met worst (of smeerkaas met ham, hmmm). Ik denk persoonlijk dat hij best wel wat suiker bevat want hij is ook wat zoet, en het is een hele goede mosterd om bijvoorbeeld kipfilet mee in te smeren voor het bakken. En wat ik persoonlijk zo leuk vind is dat hij zo pikant is dat je af en toe echt schrikt als je wat teveel nam: echt een mosterd met karakter dus, en onvergelijkbaar met de Belgische varianten (die uiteraard ook zeer lekker zijn...).

    Colman's is ook bekend voor zijn reclamecampagnes, en één van de bekendste was de Mustard Club, een fictieve club die in 1926 werd gelanceerd in een reclamecampagne die een schoolvoorbeeld is van guerilla marketing. Het begon met posters met de slogan Has father joined the mustard club ? over een club voor mosterdliefhebbers. Many fathers did en de campagne sloeg zo aan dat er al snel tien secretaresses full time bezig waren met de administratie van de club. egen 1933, toen de campagne stopte, waren er niet minder dan 500.000 badges opgestuurd naar leden.

     

     Sommige van hun andere advertenties zijn trouwens ook legendarisch.

     

    Colman's was een pionier in vele vormen van reclame. Eind 19de eeuw maakte ze reclame met W.G. Grace, één van Engeland's grootste crickethelden. Cricket was rond die tijd een moreel hoogstaande sport, en een garantie tegen allerlei kwalen als homosexualiteit...Colman's was één van de eersten die sporthelden gebruikte om een gezond imago te krijgen.

    'They are fond of cricket, and loathe reading poetry. That is what Englismen consider goodness in boys.'

    Esmé Aamarinth, 1894

  • Chinotto: aperitieven op zijn Italiaans

    Pin it!

    chinotto.jpg

    Soms lijkt het toeval achter elk hoekje te schuilen. Nauwelijks had ik in het wonderlijke The Land Where Lemons Grow van Helena Attlee het verhaal van de chinotto gelezen, of ik wandelde de nieuwe vestiging van Il Pastaio in Kessel-Lo binnen en zag er Chinotto op de drankenkaart staan. Het is een alcoholvrij, redelijk bitter maar zeer lekker frisdrankje, dat ik nog nooit had geproefd. Het is zoet en bitter tegelijk, met een fris citroentoetsje, een beetje als een Cola, maar dan anders. En het wordt gemaakt van de chinotto citrusvrucht.

    De chinotto arriveerde rond 1500 in Savona, in Liguria in Italië, en was een instant succes als sierplant omdat het een redelijke kleine citrusboom is, meer een grote struik eigenlijk. Hij draagt kleine citrusvruchten die eerst groen zien en dan langzaam oranje worden, als mandarijntjes.

    Hij werd heel snel in grote hoeveelheden aangeplant om mee te worden genomen op schepen als bestrijding tegen scheurbuik, een vreselijke ziekte die ontstond door een gebrek aan Vitamine C, en die één van de grote problemen was bij lange zeereizen in de tijd van de zeilschepen. De Italianen begonnen in twee gesneden chinotto-vruchten in vaten met zeewater te bewaren zodat ze goed bleven én hun Vitamine C behielden. Na een tijd kwamen ook de Engelsen daarachter en er ontstond een intense landbouw rond de vrucht in de regio rond Savona waar ze het beste aardde. Overproductie leidde tot een ineenstorting van de prijzen wat de boeren naar andere teelten deed zoeken en toen ook de marineschepen alternatieven hadden gevonden verdween de populariteit van de chinotto. Een chinotto is immers klein, bitter en zuur, en dus zo goed als oneetbaar in zijn verse vorm. Hij moet vier maanden tot een jaar in zout water bewaard worden voor hij enigszins eetbaar word.

    In de tijd van Mussolini werd de vrucht terug populair omdat er een frisdrank mee werd gemaakt die wat op Coca Cola leek en door de fascisten werd uitverkoren als alternatief voor het gehate maar o zo populaire Amerikaanse drankje. In café's in Savona bestond ook de gewoonte om chinotto's in grote kruiken met maraschino-likeur te steken die men op de toog zette. Het was een soort snoepgoed voor volwassen, en eentje waar je lekker dronken van kon worden, maar de traditie is al decennia lang verdwenen.

    Rond de eeuwwisseling was het zo goed als gedaan met de chinotto en stonden er nog slechts 114 bomen aangeplant. In 2004 koos Carlo Petrini, de stichter van de Slow Food beweging, de chinotto als symbool voor de eettradities van Savona. De stad schaarde zich achter het idee en begon halsoverkop chinotto-bomen aan te planten. Vandaag is het een lokale specialiteit die je vind in marmelades, likeuren, amaretti-koekjes en panettone voor Kerstmis, en in Chinotto, het terug erg populaire drankje. Sanpellegrino heeft er één die ik in België nog niet gevonden heb, maar deze kwam van de firma Lurisia (www.lurisia.it). Ik dronk het op het nieuwe tuinterras van Il Pastaio in Kessel-Lo, met een bordje van hun werkelijk overheerlijke antipastii (www.ilpastaio.be ) Het is meteen ook de enige plaats waar ik het tot nu toe vond.

    The Land Where lemons Grow is uitgeven bij Penguin en is ideale vakantieliteratuur:

    http://bottlesandbooks.skynetblogs.be/archive/2015/04/26/helena-attlee-the-land-where-lemons-grow-8427415.html

  • Een hapje geschiedenis: Red Leicester (Lye Cross Farm)

    Pin it!

    Red Leicester (uitspraak: Red Lester) is een Engelse kaas van koemelk die gemaakt wordt in Leicestershire, een graafschap in het midden van Engeland, in de Midlands. Hij kreeg de naam van de stad Leicester, de hoofdstad van de regio. 

    Oorspronkelijk werd hij gemaakt met melk op overschot, nadat de boeren genoeg Stilton gemaakt hadden. Hij lijkt wat op cheddar maar is wat kruimeliger. Vroeger voerden de kaasmakers kleurstof toe uit rode bieten of wortelen, maar in de 18de eeuw werd dit vervangen door de kleurstof annatto, en vandaag is dat nog steeds zoi.

    Annatto wordt gemaakt met de vruchten van de Orleaanboom en het is een natuurlijke kleurstof. Het gebruik om zo'n kaas oranje te kleuren dateert uit lang vervlogen tijden toen men vaststelde dat de lekkerste kaas (toen kaas nog een seizoensproduct was) vaak een oranje schijn vertoonde, te danken aan het caroteen in het gras tijdens de zomer. Blekere winterkaas was minder lekker omdat het vee minder vers gras at.

    Annatto wordt gemaakt met de vruchten van de Orleaanboom, die voorkomt in Zuid-Amerika. De Indianen gebruikten de kleurstof om zich in te smeren en zo afschrikwekkender te worden voor hun vijanden. De boom kreeg zijn naam van de Spaanse ontdekkingsreiziger die door zo beschilderde Indianen werd aangevallen.

     

    Die ontdekkingsreiziger was Francisco de Orellana, de ontdekker van de Amazone-stroom. Hij was een luitenant van Pizarro, één van de Conquistadors die de Indiaanse rijken ten val brachten (geholpen door artillerie en de mazelen). Orellana werd tijdens een expeditie van Pizarro vooruit gestuurd om eten te zoeken en vond zo, min of meer per ongeluk, de Amazone-stroom. Die kreeg trouwens zijn naam van de Dominicaan die hem vergezelde en die de stroom noemde naar de vrouwelijke krijgers die hen onderweg met gifpijlen hadden aangevallen. Orellana voer de Amazone af tot aan de zee, en hij was de eerste Europeaan die dit deed. 

    Veel geschiedenis voor zo'n kaasje niet ?

    PS: dit exemplaar werd gemaakt door Lye Cross Farm, een grote bio-boerderij bij Bristol, waar sinds 1952 kaas gemaakt wordt, nu al door de derde generatie. In vergelijking met een doordeweeks exemplaar uit de supermarkt is deze veel fijner van smaak en veel lekkerder. Hij is drie à vier maanden oud. Er bestaan exemplaren die ouder zijn als ze op de markt komen (tot tien maanden oud) en die van kleinere boerderijen komen, en die zijn vaak pittiger, maar dit is een mooi exemplaar.